Sprongen van ……

Doel:

groep 2-3:

Het kunnen maken van sprongen van 1 (getallenrij t/m 20).

Het kunnen maken van sprongen van 2.

Opdracht:

Bewegend leren: Print en knip de kaartjes uit en verspreid deze kaartjes over de ruimte waar je gaat spelen. Maak gemixte tweetallen (groep 2 en 3 door elkaar). Geef de kinderen per tweetal een antwoordblad. De kinderen gaan in een tweetal opzoek naar een kaartje. Bij een kaartje bekijken ze welk getal er achter het cadeautje hoort te staan. Vervolgens schrijven ze het antwoord bij het juiste cijfertje op het antwoordblad.